HOME / COLUMNS / Britse verkiezingsuitslag…

COLUMNS / 30 december 2019

Britse verkiezingsuitslag hoeft geen voorspeller te zijn voor wat de Europese Unie te wachten staat

De Britten hebben zichzelf voor de keuze tussen twee onwerkbare alternatieven gesteld   

Boris Johnson heeft met zijn verkiezingsoverwinning de nu al drie jaar aanhoudende impasse in het Verenigd Koninkrijk doorbroken. Ook in Brussel is men opgelucht. Niks erger dan de onduidelijkheid over wat zijn land nu eigenlijk voor ogen staat. Dan maar liever helderheid over een harde scheiding. En inderdaad, populisme en nationalisme is in het Westen een onvermijdelijk deel van deze tijd. Het is de reactie op de onzekerheid over de opkomst van China en India, en bijgevolg de afnemende rol van ‘ons’ Westen. Een werkbaar politiek programma moet daar antwoord op geven. En daarvoor heeft Johnson met ‘get Brexit done’ voor gezorgd. Maar ook in wat de Britten niet gekozen hebben, is de uitslag van de verkiezingen een belangrijke les voor de rest van de wereld: het socialisme van Labour-leider Jeremy Corbyn blijkt een onaantrekkelijk alternatief. De onvrede over de toenemende ongelijkheid heeft ook elders in het Westen geleid tot sympathie onder jongeren voor oudere leiders die teruggrijpen op socialistische waarden uit hun jeugd. Toch zit het electoraat daar niet op te wachten. Juist in Midden-Engeland, traditioneel vast in handen van Labour, heeft de kiezer Corbyn massaal de rug toegekeerd. Dat is ook voor GroenLinks-leider Jesse Klaver hier een belangrijke boodschap. Een enthousiaste groep jonge kiezers is een mooie electorale basis, maar in een vergrijzende samenleving onvoldoende. Een werkbaar politiek programma moet ook ouderen perspectief bieden. Maar een verkiezingsoverwinning is niet de enige voorwaarde waaraan een succesvol politiek programma moet voldoen. Zo’n programma moet ook op langere termijn werkbaar zijn. En juist op dat punt geeft de geschiedenis aanleiding tot zorg. 

ZORGVULDIG HERSCHREVEN

Het Verenigd Koninkrijk speelde een centrale rol in beide wereldoorlogen. In onze moderne geschiedschrijving zijn die conflicten zorgvuldig herschreven als een overwinning op het Duitse fascisme. Vanuit het Britse perspectief speelde het behoud van het wereldrijk een belangrijke rol. Dat was indertijd voor premier Winston Churchills een voorname drijfveer. Vanuit dit gezichtspunt heeft het VK beide oorlogen verloren: vijftig jaar na 1914 was er van dat wereldrijk niets meer over en was de nieuwe status moeilijk te verteren. Na 1945 was het VK het laatste land waar levensmiddelendistributie kon worden afgeschaft. De Engelse industrie verloor zienderogen terrein. In 1976 moest het VK zelfs steun aanvragen bij het IMF. Uiteindelijk bleken Thatcher en de EU de redding voor het VK, omdat zij nationale machtsbolwerken braken. Thatcher brak de macht van de Engelse vakbonden, die het land in gijzeling hielden. De EU brak de macht van de Engelse ondernemerselite, die via de bescherming van de nationale markt inefficiënte nationale kampioenen liet overleven, ten koste van de Engelse levensstandaard. 

GEKKE HENKIE

Zal die geschiedenis zich nu in omgekeerde richting herhalen, omdat het VK zich ondanks de retoriek over vrijhandel afsluit van de wereldmarkt? Dat hoeft niet, maar dan moet het wel een zachte brexit worden. Ik dacht aanvankelijk dat dit het plan was toen niet de radicale Johnson maar de gematigde Theresa May premier werd. Haar ‘brexit means brexit’ bracht me terug in de realiteit. ‘Taking back control’ is geen holle frase. In tegenstelling tot het VK heeft het populisme in de Europese Unie tot nog toe geen greep op het politieke bestel gekregen. Het heeft weliswaar de regeringsmacht in Italië en Polen. Er is echter iets merkwaardig met beide landen. Opinieonderzoek laat zien dat meer nog dan in andere lidstaten de Italiaanse en Poolse kiezers meer vertrouwen in de EU hebben dan in de eigen regering. Deze kiezen nationaal voor politici die in Brussel het onderste uit de kan beloven te halen, maar dat wil niet zeggen dat ze uit de Europese Unie willen. In afgezwakte vorm geldt voor Nederland iets soortgelijks. Zonder het zwijgende midden, 60% van het electoraat, kan dit land niet worden geregeerd. Dat midden is bezorgd, over baan, inkomen en veiligheid. Zij denken dat het zonder EU niet beter zal worden. Zij zijn bezorgd over de regenbestendigheid van de Amerikaanse atoomparaplu. Ondanks alle desinformatie, zijn zij vatbaar voor het verhaal dat de klimaatcrisis een grote bedreiging voor de mensheid is. Ze zijn zeker vatbaar voor het argument dat dit problemen zijn die Nederland niet als gekke Henkie in zijn eentje kan oplossen. Ze zijn dus waarschijnlijk vatbaar voor de agenda van Ursula von der Leyen en Frans Timmermans, twee politieke representanten van dat midden.

ONWERKBAAR

Het Verenigd Koninkrijk heeft ons dus niet de weg gewezen, maar heeft zichzelf voor de keuze tussen twee onwerkbare alternatieven gesteld: brexit of socialisme. Dat is geen toeval, maar het gevolg van twee factoren: het districtenstelsel, waardoor slechts twee partijen kunnen overleven, en het onverwerkte afscheid van het empire, het idee dat het Verenigd Koninkrijk een speciale rol in de wereld heeft te spelen, zo mooi verwoord in Niall Fergusson’s openingszin van zijn essay in het FD van 15 december: ‘weer heeft Groot Brittannië de weg gewezen.’ Ik zou het omgekeerde denken: het Verenigd Koninkrijk heeft laten zien tot welke ellende een confrontatie tussen twee extremen leidt. De Europese Unie zou kunnen laten zien dat de enige weg voorwaarts ligt in het redelijke compromis. Laten we het in ieder geval hopen. 

Coen Teulings, 27 december 2019