HOME / COLUMNS / Waarom moeten Mark Rutte en…

COLUMNS / 4 november 2018

Waarom moeten Mark Rutte en Wopke Hoekstra zo nodig met opgestoken vinger Italië de les lezen?

De aanvaring tussen de Europese Commissie en de Italiaanse regering zal niemand hebben verrast. De Italianen zochten de confrontatie. De Commissie kon niet anders dan de begroting afkeuren. Ieder ander besluit zou haar geloofwaardigheid hebben weggevaagd. Maar voorbij deze conclusies is het een en al vaagheid. Wat moet Nederland doen? Wat moet Brussel doen? En hoe gaat dit aflopen? Die vragen kunnen het beste in omgekeerde volgorde beantwoord worden: eerst wat willen en kunnen we uiteindelijk bereiken, en dan wat moeten nu doen om daar te komen?

Dus hoe gaat dit aflopen? De afloop van dit soort crisissituaties is altijd ongewis. Het is een spelletje blufpoker. Iemand moet als eerste met zijn ogen knipperen. Het lijkt echter onwaarschijnlijk dat deze ruzie totaal uit de hand loopt. Voor een Italiaans hotel hangen steevast twee vlaggen: de Italiaanse driekleur naast de Europese sterrenkrans. Kom daar in Nederland maar eens om. Anders dan veelal wordt gedacht is Europa bij zijn burgers redelijk populair, zo laat opinieonderzoek zien. Gemiddeld heeft de Europese burger meer vertrouwen in Brussel dan in de eigen overheid. Dat geldt zeker voor de Zuidelijke lidstaten. Italië is daarop geen uitzondering. De burger kiest in eigen land graag een regeringsleider die in Brussel met de vuist op tafel slaat. Maar die regeringsleider heeft geen mandaat om het lidmaatschap van de euro of de EU in gevaar te brengen. Als puntje bij paaltje komt is de kiezer conservatief: zij vreest voor haar baan en veiligheid, en beschouwt het EU lidmaatschap als de beste verzekeringspolis. Toen eerst Wilders en later Marine le Pen de euro op de politieke agenda wilden plaatsen bleek de animo van de kiezer gering. De lotgevallen van Varoufakis zijn een ander voorbeeld. Hij voerde Griekenland naar de rand van de afgrond, maar toen hij zijn kiezers vroeg te springen keerden de Grieken op hun schreden terug. Hopelijk laten de Italianen het minder ver komen. De blik in de afgrond heeft de Grieken veel geld gekost.

De tweede vraag is dan wat Brussel nu moet doen. Waar politici in alle staten van opwinding zijn, reageren (ex)bankanalisten veel gematigder. Voormalig Goldman Sachs analist Jim O’Niell, en Erik Nielsen van UniCredit bijvoorbeeld wijzen erop dat een staatsschuld van 130% hoog is, maar dat Japan al jaren een veel hogere schuld heeft, zonder dat dit tot nog toe tot grote problemen heeft geleid. Het echte probleem van Italië is niet de hoge schuld, maar de lage groei. Helaas doen de plannen van de regering niets om dat te veranderen, integendeel: een hogere pensioenleeftijd en een basisinkomen voor iedereen zijn erg populair, maar leiden niet tot meer groei. Het geld wordt nu eenmaal verdiend door te werken, niet door met pensioen te gaan of van een basisinkomen te genieten.

Daar zit het voornaamste probleem van de Italiaanse plannen, niet bij de overtreding van de normen van het Stabiliteits- en GroeiPact (SGP). De normen van het SGP zijn namelijk veel te strikt en daarom dringend aan herziening toe. Een simpele rekensom laat zien waar de schoen wringt. Er is weinig mis met een staatsschuld van 60% van het bbp. Omdat de economie ieder jaar met nominaal 3 à 4% groeit (2% inflatie, 1 à 2% reële groei) moet ook de staatschuld met dat percentage groeien om de verhouding tussen schuld en bbp constant te houden. Dit vraagt om een financieringstekort van rond 2% van het bbp, terwijl het SGP eist dat het structurele tekort niet meer dan 1% bedraagt. Zo’n laag tekort leidt op termijn tot een veel te lage staatsschuld, te laag om de vloedgolf aan pensioenbesparingen te kunnen opvangen. Er is nu eenmaal veel vraag naar overheidsobligaties als een veilige, door de overheid gegarandeerde belegging. Vaak wordt gedacht dat hoge financieringstekorten het voornaamste probleem van de Eurozone zijn. Het tegendeel is waar: van de vijf grote monetaire blokken in de wereld (naast de Eurozone zijn dat: de VS, het VK, China, en Japan) heeft de Eurozone met afstand het laagste financieringstekort. Deze gigantische inconsistentie in het SGP ondergraaft de geloofwaardigheid van de terechte kritiek vanuit Brussel op de plannen van de Italiaanse regering.

Tenslotte: wat moet hier de rol van Nederland zijn? Hier heb ik veel sympathie voor de aloude Bolkestein doctrine. Als fractieleider van de VVD beargumenteerde Frits Bolkestein in de jaren negentig dat het buitenlandse beleid zich niet in de eerste plaats op principiële uitgangspunten moest oriënteren, maar op de Nederlandse belangen. Weg met dat opgeheven vingertje over mensenrechten, aldus Bolkestein. Nederland kan als klein land niet het morele geweten van de wereld c.q. Europa zijn. De behartiging van Nederlandse belangen moest voorop staan.

Datzelfde geldt vandaag de dag voor de Nederlandse opstelling. Waarom moeten Mark Rutte en Wopke Hoekstra met opgestoken vinger Italië de les lezen? Wat is hier het Nederlandse belang? Inderdaad, een nieuwe Italiaanse crisis zou ook Nederland raken, maar andere lidstaten zoals Frankrijk nog veel meer. En zoals het Griekse voorbeeld laat zien, uiteindelijk worden Italianen door een eventuele crisis zelf het zwaarst geraakt. Dus waarom moet Nederland zijn toch al beperkte krediet in Brussel gebruiken om in deze discussie voorop te lopen? De Europese Commissie is mans genoeg. Rutte en Hoekstra kunnen beter aan de slag met de specifiek Nederlandse belangen. En die opgestoken vinger? Die kan beter schielijk terug in de broekzak.

Download column