HOME / COLUMNS NRC / Trump en de geringere steun…

COLUMNS NRC / 25 mei 2016

Trump en de geringere steun voor vrijhandel

“Where jobs are squeezed by Chinese trade, voters seek extremes” kopte de New York Times vier weken terug, naar aanleiding van een onderzoek van David Autor en drie andere economen. Amerika ziet met stomme verbazing hoe het politieke midden wordt verpulverd. Op rechts heeft Donald Trump de nominatie verworven, ondanks de afkeer van de Republikeinse establishment. Op links heeft het succes van Bernie Sanders iedereen verrast. Bij alle verschillen hebben zij één ding gemeen: hun afkeer van China. Stop de Chinezen, ze pikken onze banen!
Amerikaanse politici kunnen worden ingedeeld op een links-rechts schaal op basis van hun stemgedrag in het Congres. Je zou denken dat politiek meer is dan dit één-dimensionale onderscheid, maar dat valt tegen. Eén links-rechts indicator volstaat. Amerika is de afgelopen decennia sterk gepolariseerd, zo blijkt. De meest linkse Republikein is tegenwoordig rechtser dan de meest rechtse Democraat. Vandaar dat Obama geen zaken kon doen met een Republikeins congres: politieke gezien hebben ze niks gemeen.
Zoals bekend hanteert Amerika voor het Congres een districtenstelsel. Die districten verschillen sterk in de manier waarop ze hun brood verdienen. Sommige districten, met name die met veel banen in de laagwaardige maakindustrie, zijn zwaar getroffen door de toenemende concurrentie uit China. Anderen hebben daar nauwelijks last van. De onderzoekers hebben uitgezocht hoe bij de verkiezingen in de laatste 15 jaar de politieke kleur van de verkozen kandidaat afhankelijk was van de kwetsbaarheid van de lokale werkgelegenheid voor concurrentie uit China. Het antwoord is simpel: dat effect is groot. Een hoge kwetsbaarheid voor Chinese concurrentie ondermijnde de kansen van een zittend congreslid: hij of zij heeft onze banen niet kunnen beschermen en moet daarom weg. Soms gebeurde dat door een wisseling tussen de partijen. Soms ging het om een interne machtsovername, met name bij de Republikeinen. Als een zittende Democraat werd weggestemd ten faveure van een partijgenoot, dan was die een stuk linkser. Omgekeerd, als een zittende Republikein werd weggestemd ten faveure van een partijgenoot, dan was die een stuk rechtser. Dat leidde in de Republikeinse partij tot een forse ruk naar rechts, zie de opkomst van de Tea Party.
De kiezers zijn dus niet zozeer op drift geraakt door de opkomst van internet of aanverwante, maar door reële bedreigingen in hun levensonderhoud. Die bedreigingen zijn ook geen perceptie, ze bestaan echt. Die districten die er last van hebben, geven daar uiting aan in hun stemgedrag. Andere districten niet. Het opmerkelijke is echter dat kiezers totaal verschillend ideeën hebben over de oplossing van hun probleem: het ene district beweegt naar links, het andere precies omgekeerd, naar rechts. In die verschillen antwoorden zit overigens wel een patroon: de witte middenklasse beweegt naar rechts, zwarten en Hispanics bewegen naar links.
Dit verschijnsel komt Nederland bekend voor. We zien een simultane opkomst van de twee flanken, de PVV op rechts, de SP op links. De regionale spreiding van die verschuiving verraadt een soortgelijk patroon als in Amerika: reële belangen van mensen spelen een grote rol bij hun stemgedrag. Misschien moeten wij daarom nadenken over het economische beleid. Op de lange termijn is vrijhandel in ieders belang. Op de korte termijn, de termijn die relevant is voor het dagelijks leven van kiezers, worden degenen die hun baan verliezen door vrijhandel echter zwaar getroffen. De veel geprezen om- en bijscholing zijn mooi en aardig, maar onvoldoende. Een goede werkloosheidsuitkering, met name voor ouderen is onmisbaar. Misschien zijn we daar wel wat te zuinig mee geworden, ten koste van de politieke steun voor een open wereldmarkt. Dat is dan penny wise, maar pound folish.

Download column