HOME / COLUMNS / Rationaliteit, voorspelbaarhe…

COLUMNS / 18 mei 2018

Rationaliteit, voorspelbaarheid en doelmatigheid zijn niet hetzelfde

“Het zou helpen als economen eindelijk zouden toegeven dat economie een sociale wetenschap is.” Ik luister met belangstelling. De spreker is namelijk niet de eerste de beste. Zij is naamloos, maar zij staat model voor een hele groep verstandige mensen met wie ik sinds de financiële crisis over de economie als wetenschap heb gepraat. Die crisis heeft de reputatie van het vak vanzelfsprekend geen goed gedaan. Het is dus een terechte vraag: welke lessen moet de discipline trekken? Toegeven dat economie een sociale wetenschap is. Ik luister belangstellend, maar tegelijkertijd voel ik me ongemakkelijk. Economie gaat over het gedrag van mensen. Natuurlijk, economie is een sociale wetenschap, daar valt niets aan toe te geven want daarover zijn we het eens. De vraag is dus waarom verstandige mensen daarvan blijkbaar een ander beeld hebben. In het vervolg van het gesprek passeren veelal drie punten de revue: de veronderstelling dat mensen rationeel zijn, het idee dat het menselijk gedrag voorspelbaar is, en de stelling dat markten efficiënt zijn. Die driehoek is verworden tot een onontwarbare kluwen.

Mensen zijn geen koele calculerende machines; ze zijn van vlees en bloed, hebben emoties en een normatief besef. Voorspelbaarheid? Ga toch heen! Kijk naar de financiële markten, waar koersen door geruchten worden gedreven. Rationaliteit? Het is chaos! En die chaos, die kan nooit doelmatig zijn! Er moet in de economie weer meer ruimte komen voor de animal spirits van Keynes. Al deze verwijten aan economen zijn zo herkenbaar. Economie draagt na anderhalve eeuw nog steeds de twijfelachtige erenaam van de dismal science, de sombere wetenshap. En dan gebruiken ze ook nog van die vreselijke wiskundige modellen.

Na zo’n advies blijf ik altijd verwonderd achter. De driehoek vormt een onontwarbare, maar helaas ook onsamenhangende kluwen. Want: rationaliteit – voorspelbaarheid – doelmatigheid, die drie begrippen hebben niets met elkaar van doen. Neem de eerste twee: leidt rationaliteit tot voorspelbaarheid? Helaas niet. Neem kuddegedrag. Dat is onvoorspelbaar, maar zeer rationeel. Bij een bankrun rennen wij als lemmingen naar de bank. Dat is rationeel, want wie te laat is, is zijn geld kwijt. Het is één van de meeste bizarre voorspellingen van de economie: koersen op financiële markten zijn onvoorspelbaar. Als directeur van het CPB kreeg ik tijdens de financiële crisis het advies in onze analyses meer ruimte te laten voor irrationaliteit. Het had in mijn ogen niets geholpen. De crisis was het gevolg van rationeel gedrag van mensen (of beter: van computers, want die geven tegenwoordig de aan- en verkoop orders!) dat leidde tot een ondoelmatige uitkomst. Juist op de financiële markten viert rationaliteit hoogtij.

Omgekeerd is irrationaliteit niet per sé onvoorspelbaar. In een column in NRC Handelsblad beschreef ik een keer het drie-deuren probleem, een bekend raadsel waarbij mensen systematisch een irrationele keuze maken. Ik “voorspelde” dat de lezers massaal boos zouden reageren omdat ze hun irrationele keuze juist zeer rationeel vonden. Mijn voorspelling was eenvoudig, want het probleem was al vaker beschreven. Steeds hadden lezers massaal boos gereageerd: hoe durft een econoom te zeggen dat ik irrationeel ben? Er zijn veel meer voorbeelden waarin mensen voorspelbar irrationeel reageren. Door het werk van Daniel Kahneman zijn de meest verstandige economen daar inmiddels van overtuigd. En om het allemaal nog erger te maken: die voorspelbare irrationaliteit laat zich prima beschrijven met wiskundige modellen.

Het laatste punt in de driehoek: leidt rationaliteit tot de conclusie dat markten efficiënt zijn? Neem het bekende prisonnersdilemma uit de speltheorie, waarin het voor twee gevangenen rationeel is om elkaar te verraden, terwijl ze beiden beter af zouden zijn als ze elkaar de hand boven het hoofd houden. Rationaliteit is hier ondoelmatig. Stel nu dat die twee gevangenen niet rationeel zijn, maar mensen van vlees en bloed, met gevoelens van mededogen? Dan houden ze elkaar wel de hand boven het hoofd. Irrationaliteit leidt dan tot doelmatigheid.

Voor de economische discipline zijn de voortekenen dus niet gunstig. De samenleving stelt na de crisis terechte vragen. Maar de antwoorden op die vragen zullen over tien jaar anders blijken dan de samenleving nu verwacht. Kortom, die twijfelachtige geuzenaam, de dismal science, die zal nog wel even blijven.

Column FD, 18-5-2018