HOME / COLUMNS NRC / Ook politici moeten de wet…

COLUMNS NRC / 1 oktober 2014

Ook politici moeten de wet respecteren

Seneca: “Het gevoel is een bedrieglijke raadsman, die de wetten van haat en verstand minacht.” Keizer Nero: “De wet is voor onderdanen, en als ik wil kan ik de oude afschaffen en nieuwe invoeren. De heerschappij is verdeeld: de hemel behoort aan Jupiter, maar over de aarde zwaai ik de scepter.” S: “Een onbeteugelde wil is geen wil meer, maar (als ik zo vrij mag zijn) dat is geweld.” N: “De rede is strenge leidsman voor horigen, maar niet voor wie beveelt.” S: “Integendeel, onredelijke bevelen doen de gehoorzaamheid teniet.” N: “Bespaar me je preken, ik doe wat ik wil.”
Zo laat Monteverdi Seneca en Nero redetwisten in de opera “L’incoronazione di Poppea”. Ik moest eraan denken toen ik de discussie over de Nederlandse Zorgautoriteit en de Inspectie van de Volksgezondheid volgde. Keizer Nero voelde zichzelf aan wet noch regel gebonden. En juist die ongebondenheid maakt de keizer ongeloofwaardig. Hij kan zich aan geen enkele belofte binden, want iedere wet die hem daartoe dwingt kan hij als hoogste macht terzijde schuiven. Het is de aloude vraag: who polices the policeman? Of preciezer: wie schrijft de wetgever de wet voor? Voor dit probleem bedacht Montesquieu indertijd de Trias Politica: de scheiding tussen wetgevende en rechtsprekende macht. Dit idee is daarna steeds verder uitgewerkt, in verschillende landen op uiteenlopende wijze: in de algemene beginselen van goed bestuur, in Duitsland via het Bundesverfassungsgericht, in de gebondenheid van een regering aan de toezeggingen van haar voorganger, en in de onafhankelijkheid van instanties als De Nederlandsche Bank, de nationale ombudsman, maar ook die van inspecties.
Sinds het werk van economen als Douglass North en Oliver Williamson wordt de gebrekkige mogelijkheid van mensen om zich te binden aan hun belofte als de voornaamste bron van markt falen beschouwd. Het bekende gevangenendilemma is hiervan het beste voorbeeld: als beide gevangenen zich vooraf geloofwaardig konden binden aan hun belofte elkaar niet te verraden, dan waren ze er goed vanaf gekomen. Maar die geloofwaardigheid ontbrak. Moderne samenlevingen hebben hier allerlei hele en halve oplossingen voor bedacht. Mensen sluiten contracten waarin zij hun afspraken vastleggen. Als één van hen die afspraken niet nakomt, dan kan de rechter als onafhankelijke derde de naleving ervan afdwingen. Een goed functionerende rechtstaat is daarom een voorwaarde voor welvaart en geluk. Hier raken recht en economie elkaar.
Zoals gezegd, juist voor politici werkt die oplossing slecht. Monteverdi laat Keizer Nero wetten afschaffen en nieuwe wetten invoeren zoals hem dat uitkomt. Niet voor niets worden politici overal ter wereld als de meest onbetrouwbare beroepsgroep beschouwd, nog onder autoverkopers. Dat is geen toeval, het zit in de aard van het vak. Politici kunnen als wetgever bestaande wetten aanpassen als het landsbelang daarom vraagt. Nood breekt wet. Maar dat geldt alleen in geval van nood. Onredelijke bevelen doen gehoorzaamheid teniet. En dus vergroot een scheiding der machten de effectiviteit van de politiek als wetgever. Door een onafhankelijke rechterlijke macht weet de burger dat ook politici zich aan de wet moeten houden. Door een onafhankelijke inspectie weet de burger dat over de kwaliteit van de uitvoering onafhankelijk wordt bericht.
De afgelopen decennia is er in Nederland in de politiek een trend ontstaan om onafhankelijkheid en de scheiding der machten ongedaan te maken. Thijs Wöltgens maakte indertijd furore met zijn pleidooi voor “het primaat van de politiek”. Politici klagen over rechters die het land onbestuurbaar maken. Meer recent zet de opkomst van het populisme politici onder steeds zwaardere druk. De natuurlijke reactie van de politiek is die van toenemende politieke controle: onafhankelijke oordeelsvorming moet worden uitgebannen, politiek bestuur is al moeilijk genoeg. Dat laatste is zonder twijfel juist. Minder onafhankelijke oordeelsvorming is echter niet het antwoord. De recente commotie is daarvan het beste bewijs.