HOME / COLUMNS / Niet Wiegels zwijgende…

COLUMNS / 22 april 2019

Niet Wiegels zwijgende midden, maar de luidruchtige flanken zijn het nieuwe strijdtoneel

Hoe kun je, terwijl de brexit het VK in een diepe morele crisis stort, doodkalm voor een nexit pleiten?

De uitslag van de verkiezingen voor de Provinciale Staten is in Den Haag aangekomen als een mokerslag. Toch past die uitslag in een trend in de politiek die al veel langer gaande is: het gaat niet om wát de kiezer stemt, maar óf hij stemt. In de jaren negentig ging Pim Fortuyn zaaltjes af met een simpele boodschap: de almaar dalende opkomst erodeerde de legitimatie van de politiek. Er lag voor innovatieve politieke entrepreneurs een wereld open door thuisblijvers te mobiliseren. In de gangbare politiek-economische theorie van Anthony Downs uit de jaren vijftig ging het politieke gevecht om de gunst van de mediane kiezer. Kiezers verschilden in hun politieke voorkeuren: de een was radicaal, de ander gematigd, en alle smaken daartussen. De voorkeur van de mediane kiezer zou winnen, omdat noch een radicaler, noch een meer gematigd voorstel een meerderheid kon krijgen. In een tweepartijensysteem gaan beide partijen daarom op elkaar lijken. Beide kruipen naar de mediane kiezer. De partij die diens voorkeur het best verwoordt, wint. Verder wordt de politiek dodelijk saai. In alle eerlijkheid: dat is maar goed ook, want een land functioneert het beste met oerdegelijk ‘middle of the road’-beleid. Deze theorie legde ook meteen zijn eigen zwakte bloot. Want waarom zou een kiezer überhaupt nog stemmen als het toch niet uitmaakt? Toen dit probleem mij tijdens mijn studie economie rond 1980 werd uitgelegd, schoof ik het snel als oninteressant terzijde. Om gehoord te worden moet de kiezer zich tot het stemmen verheffen. Wie daar te lui voor is, hoort blijkbaar bij het zwijgende midden. Hier sloeg Pim Fortuyn op aan, en met hem politici over de hele wereld. Waarom won Barack Obama? Niet dankzij de stem van de mediane kiezer, maar omdat hij zwarte kiezers die traditioneel veelal thuisbleven overtuigde zich dit keer niet te laten afschrikken door belemmerende regels voor registratie van kiezers. 

THUISBLIJVERS 

Waarom won Donald Trump? Omdat Hillary Clinton deze groep niet in beweging kreeg, terwijl Trump juist wel ‘zijn’ flank van stemgerechtigden wist te mobiliseren die door de concurrentie uit China hun banen waren kwijtgeraakt. Je ziet dat terug in opkomstcijfers die na decennia van daling sinds 2000 oplopen, ook bij de laatste provincialestatenverkiezingen. Baudet heeft thuisblijvers gemobiliseerd. Je ziet dat terug in de VS in de polarisatie van de twee grote partijen. Waar vroeger de linkerflank van de Republikeinen linkser was dan de rechterflank van de Democraten, daar hebben beide partijen nu geen overlap meer, zo druk zijn ze beide bezig om hun eigen flank te verleiden met de boodschap toch vooral te gaan stemmen. In een tweepartijensysteem heeft dit nieuwe politieke concurrentiemodel echter één groot nadeel: doordat partijen zo ver van elkaar liggen, maakt toevallige winst van de een of van de ander veel uit voor de koers. Die is niet langer ‘middle of the road’, het wordt een zwabberkoers. Niet voor niets hebben juist de VS en het VK op dat vlak grote problemen, met ‘America First’ en de brexit: die koerswijzigingen maken het beleid van beide landen onvoorspelbaar en verdelen hen tot op het bot, met grote negatieve gevolgen voor het psychologisch welbevinden. Daarom biedt het Nederlandse meerpartijensysteem een voordeel. Iedere politieke entrepreneur is op zoek naar een unique sellingpoint, een open plekje op de politieke landkaart met een lokale concentratie van kiezers die niet geloofwaardig door een andere partij worden bediend. Hét zwijgende midden bestaat niet meer, het zijn vele plekjes op de landkaart, elk met een eigen ijscoman. Het traditionele twee- of driepartijenkabinet met een stabiele meerderheid is verleden tijd. Sms’en met politici van allerlei pluimage wordt een vast bestanddeel van de functieomschrijving van een premier. Maar anders dan in het Angelsaksische tweepartijensysteem, wordt aldus ook het zwijgende midden met eigen ijscomannen bediend. Daarom hebben de landen van de Europese Unie met hun meerpartijsystemen deze electorale revolutie overleefd, waar de VS en de VK nu aan polarisatie te gronde gaan. 

BLOEDGROEPEN

Er is één nadeel. Neem het klassieke CDA of de PvdA: beide vroeger brede volkspartijen, waarbinnen tal van maatschappelijke stromingen elkaar ontmoetten. Zo had je in de PvdA-fractie twee bloedgroepen, localo’s (oud-wethouders) en socialo’s (oud-vakbondsbestuurders). Binnen de fractie moesten zij het eens worden over een werkbaar compromis. Partijen waren daarmee centra, eerst voor inhoudelijk debat en daarna voor politieke uitruil. Nu partijen meer en meer elk hun eigen selectieve doelgroep bedienen, hebben zij die functie verloren. Het compromis ontstaat niet meer binnen, maar tussen partijen. Voorafgaand inhoudelijk debat is bij politieke partijen verloren gegaan. Begrijp me goed, ik deel de verbijstering van Ko Colijn in NRC Handelsblad over de uil van Minerva. Hoe kun je in de maand dat de brexit het Verenigd Koninkrijk in een morele crisis van ongekende omvang heeft gestort, doodgemoedereerd voor een nexit pleiten? Het welzijn van Nederland interesseert Minerva blijkbaar geen bal. Hopelijk voert Henk Otten, de fractieleider van Forum voor Democratie in de Eerste Kamer, in het vervolg meer regie. Ik heb echter meer vertrouwen in Henk en Ingrid. Zij zijn te nuchter voor dit soort onzin. Maar dat een partij het gevoel van de tegenstanders van de energietransitie verwoordt, daar lijkt me niks mis mee. Uiteindelijk heeft 80% voorgestemd. Dat is bij zo’n moeilijk onderwerp een ongekende prestatie.

Coen Teulings, 19 april 2019