HOME / COLUMNS / Nederland moet lessen trekken…

COLUMNS / 25 januari 2019

Nederland moet lessen trekken uit huidige onduidelijkheid van Britse politiek over de brexit

Het drama dat zich de afgelopen twee jaar heeft ontrold, heeft de luchthartigheid doen verstommen

Direct na de uitslag van het brexitreferendum in 2016 reageerden veel commentatoren in binnen- en buitenland met een zekere meewarigheid: al die economen en andere analisten die vooraf hel en verdoemenis hadden voorspeld, hadden weer eens ongelijk gehad. Het Verenigd Koninkrijk (VK) had zich van al die sombere prognoses niks aangetrokken en had voor een brexit gestemd. Nu goed, het pond was onmiddellijk 5% gedevalueerd, maar verder had de economie juist geprofiteerd van dit historische besluit. Het gestegen consumentenvertrouwen had de economie een flinke steun in de rug gegeven. Immers: ‘We are taking back control!’ Als de Britten dat nu zo graag willen, laat ze dan toch. Het drama dat zich de afgelopen twee jaar heeft ontrold, heeft die luchthartigheid doen verstommen. We leven in een geglobaliseerde wereldeconomie die zich van landsgrenzen weinig aantrekt. Wie dat beest wil temmen, heeft dienovereenkomstige regels nodig: regels die niet gebonden zijn aan landsgrenzen. Dat soort regels zijn onvermijdelijk het resultaat van een moeizaam bevochten compromis tussen de belangen van verschillende landen en deelgroepen binnen die landen. Het Verenigd Koninkrijk heeft nu ervaren wat er gebeurt als je al die compromissen met andere landen van de ene op de andere dag overboord gooit: dan sta je met lege handen en ben je plotseling overgeleverd aan de grillen van de wereldeconomie. Dat blijkt een onguur perspectief. 

TRADITIE

Hoe heeft het zover kunnen komen? Waarom is het politieke debat in het VK zo verziekt geraakt dat fake-argumenten konden zegevieren? Dat is niet een toevallige samenloop van omstandigheden. Het is het gevolg van langetermijntrends in zowel de Conservative Party als in Labour. Binnen de conservatieven bestaat al decennialang een kleine brexitfractie die de uitslag van het eerste referendum, in 1975, over het Britse lidmaatschap van de Europese Gemeenschappen nooit heeft geaccepteerd. Tijdens dit referendum stemde een ruime meerderheid voor het lidmaatschap. Alleen de Orkney-eilanden, ten noorden van Schotland, stemden tegen; ook toen al speelden visrechten een grote rol. Michael Gove, een vooraanstaande brexiteer binnen de Conservative Party, heeft altijd geclaimd dat de Europese Unie (EU) het visbedrijf van zijn vader om zeep heeft geholpen. De leden van deze brexitfractie bleken echter volhouders te zijn. Zij lieten zich niet door een serie politieke nederlagen ontmoedigen. Ondanks de voortdurende herbevestiging van het EU-lidmaatschap hield hun verzet aan. De discussie over arbeidsmigratie vanuit andere EU-landen, bood hun de kans een deel van het Labour-electoraat aan zich te binden. Met deze steun konden zij het tweede referendum over de EU, in 2016, winnen. De tweede langetermijntrend is het verzet binnen Labour tegen Tony Blairs derde weg. De toenmalige Britse premier en Labour-leider Blair, had met zijn pleidooi voor de prominente Britse deelname aan de tweede Irakoorlog (2003) al zijn politieke krediet verspeeld. De partij bleef daardoor stuurloos achter. De nooit helemaal verdwenen oppositie tegen Blairs modernisering zag haar kans schoon. De huidige Labour-leider, Jeremy Corbyn, is sinds 1983 voor Labour lid van het Lagerhuis. In al die jaren was hij veelal een weinig zichtbare luis in de pels van de partijleiding, niet in de laatste plaats bij de tweede Irak-oorlog. Hij was een van de initiatiefnemers van het onderzoek naar de manier waarop het VK die oorlog ‘in gerommeld was’. Veel invloed op de partijlijn had hij echter niet. In 1975 had hij tegen het EU-lidmaatschap gestemd. Door een wijziging in de verkiezingsprocedure voor het partijleiderschap, waarbij het relatief gemakkelijk werd lid te worden en zo stemrecht te krijgen, kreeg hij een kans partijleider te worden. Het is deze combinatie van factoren die de situatie zo onbeheersbaar maakt. De discussie die het land splijt, loopt niet langs, maar door partijlijnen heen. Het pro-EU-lidmaatschapstandpunt mist daardoor een geloofwaardige spreekbuis. Mede daarom is een derde referendum (na de eerdere twee uit 1975 en 2016) wenselijk, maar ook onwaarschijnlijk. Het dwingt beide partijen kleur te bekennen en dat is in beide gevallen niet in het partijbelang. Corbyn laat premier May zo lang mogelijk de kooltjes uit het vuur halen, zodat zij verantwoordelijk blijft. Hij kan dan later de conservatieven de schuld geven van het debacle en zelf premier worden. 

ISOLATIONISME

Het zou me niet verbazen als een meerderheid van de kiezers inmiddels schoon genoeg heeft van de brexitsoap en met lede ogen toeziet hoe het land zijn toekomst vergooit. Maar die meerderheid zal niet de kans krijgen zich te laten horen. Het VK gaat terug naar de isolationistische positie die het land tussen 1945 en 1975 heeft ingenomen en die het land toen aan de rand van het faillissement heeft gebracht (in 1976 moest het VK zelfs steun van het Internationaal Monetair Fonds vragen om de eindjes aan elkaar te knopen). We kunnen hopen dat het nu minder slecht afloopt. Nederland kan hieruit twee lessen trekken. In weerwil van de euro(pa) scepsis bij veel politici, is het vertrouwen in de EU en de euro onder Nederlandse kiezers hoog, veel hoger dan het ooit in het VK is geweest. Maar de politicus die almaar zegt dat Brussel en Frankfurt van alles de schuld zijn, moet niet verbaasd zijn als de kiezer hem vroeg of laat gelooft. De tweede les gaat over de markthervormingen uit de jaren tachtig en negentig. Daarover bestaat diepe onvrede. De uitdaging is die onvrede tot een positieve in plaats van negatieve kracht te maken. 

Coen Teulings

25 januari 2019