HOME / COLUMNS / Nederland is door bankencrisi…

COLUMNS / 21 september 2018

Nederland is door bankencrisis €50 mrd aan bbp kwijtgeraakt. Dáár moeten we over praten!

”Mijnheer, komt er een nieuw crisis aan?” Deze vraag werd mij afgelopen weken meerder malen gesteld, tijdens interviews en spreekbeurten ter gelegenheid van de tiende verjaardag van het faillissement van Lehman Brothers en de daaraan gerelateerde publicatie van mijn boek Over de dijken.  De gebeurtenissen van tien jaar terug staan klaarblijkelijk in ons geheugen gegrift. En daar is alle reden voor, want de recessie die na de ondergang van Lehman uitbrak is met afstand de zwaarste sinds de Grote Depressie van de jaren dertig, tachtig jaar terug. Dat we daar nog steeds met schrik aan terugdenken ligt voor de hand. Theorieën als zou een crisis op zijn tijd goed zijn voor de economie om dor hout te kunnen kappen, “creative destruction”, vinden weinig steun in de empirie. Integendeel, tijdens een crisis komt innovatie tot stilstand en kruipt iedereen in zijn schulp.

Sinds 1970 zijn er wereldwijd meer dan honderd banken crisis geweest, gemiddeld ongeveer twee ieder jaar. Ooit zal er dus ergens weer een nieuwe bankencrisis uitbreken, vermoedelijke zelfs vrij binnenkort (Turkije is hiervan het bewijs). Toch vind ik de vraag of er weer een nieuwe crisis à la Lehman aankomt weinig zinvol. We weten dat er af en toe een huis afbrandt. Het is voor de bewoners een traumatische ervaring, en de kans is groot dat ze de eerste jaren na de brand nachtmerries hebben over die rampzalige dag. In bed menen zij steeds de geur van een nieuwe brand op te snuiven. Maar de kans dat dit ook morgen werkelijk gebeurt? Die is zoals altijd zeer klein (voor een Lehman crisis, ruwweg eens in de 80 jaar). Het enige wat je na een brand zinvol kunt doen is lessen trekken: had betere brandpreventie deze brand kunnen voorkomen? Hebben we de brand effectief geblust of had een betere brandbestrijding de schade kunnen beperken? En ook bij brandpreventie is er een afweging tussen kosten en baten: wat zijn de extra kosten van meer preventie en wegen die kosten op tegen het lagere brandrisico?

Een tweede ding wat mij opviel in de herdenkingsijver van de afgelopen weken is dat de aandacht geheel is gericht op de directe kosten van de redding van de banken en dat er geen enkele aandacht is voor de indirecte kosten, vooral als gevolg van het feit dat banken tijdelijk niet goed functioneren en bedrijven daardoor niet aan krediet kunnen komen. Er is al helemaal niemand die zich afvraagt of en hoe die indirecte kosten misschien beperkt hadden kunnen worden, anders gezegd: of de brand effectief geblust is. Dat is opmerkelijk, want de ervaring uit die talloze eerdere bankencrises is bijna steeds dat de directe kosten van de redding van de banken over het algemeen slechts afronding zijn vergeleken met de indirecte kosten van de vaak langdurige verstoring van de kredietverlening. Dat geldt ook voor Nederland in de recente financiële crisis. De belastingbetaler heeft de financiële sector alles bij elkaar voor ongeveer 12 procent van het bbp gered in de vorm van garanties, leningen en versterking van het eigen vermogen. Het ziet er naar uit dat dit hele bedrag uiteindelijk met winst zal worden terugverdiend. Dit verschijnsel heeft zich ook bij bankencrises elders voorgedaan. Zo is ook in de Zweedse crisis in 1990 winstgemaakt op de steunverlening.

Dit kan niet gezegd worden van de indirecte kosten. Die laten zich minder makkelijke eenduidig bepalen, maar het Nederlandse bbp is waarschijnlijk minimaal 10 procent lager dan het zonder een financiële crisis zou zijn geweest; anders dan de steun voor de financiële sector is dat geen eenmalig verlies, maar komt het ieder jaar terug en wordt het nooit terugbetaald. Er zijn mensen die claimen dat de groei van het bbp sowieso zou afzwakken, maar je moet je in gekke bochten wringen om vol te kunnen houden dat het verlies minder dan 10 procent is.

Je kunt er nog op een andere manier naar kijken: is de Nederlandse brandbestrijding effectief geweest? Ik zie geen reden waarom de Nederlandse economie tijdens de crisisjaren slechter zou hebben moeten presteren dan die van Frankrijk. Structureel heeft Nederland zijn zaken beter op de orde. Frankrijk kampt nu al ruim 20 jaar met een werkloosheid van rond de tien procent. Toch is Nederland wel trager gegroeid dan Frankrijk. Als Nederland tussen 2008 en 2018 dezelfde groeicijfers had gehad als Frankrijk dan zou het Nederlandse bbp in 2018 ongeveer even hoog zijn geweest als het nu is. Door de diepe recessie in Nederland de jaren 2011-2015 is Nederland in de tussenliggende jaren echter minimaal 50 miljard aan bbp kwijtgeraakt. De Nederlandse brandweer is blijkbaar toe aan bijscholing.

In reactie op de crisis is de focus van de Nederlandse economie verlegd van productie voor de binnenlandse markt naar de export, veel meer dan in Frankrijk. Door veel te exporteren en de opbrengst te sparen kon Nederland in versneld tempo zijn reserves aanzuiveren. Die omschakeling is echter met hoge kosten gepaard gegaan. Nu de crisis voorbij is, wordt er in Nederland teveel geëxporteerd en moet die omschakeling in omgekeerde richting plaatsvinden, wat opnieuw tot hoge kosten leidt.

De financiële crisis is begonnen bij banken die teveel risico hebben genomen, met investeringen in de Amerikaanse woning markt maar vooral met de overname van andere banken (denk aan het debacle met ABN-Amro). De morele verontwaardiging daarover is alleszins begrijpelijk, maar staat een nuchtere diagnose in de weg. Toen Lehman eenmaal failliet was, zijn de grootste fouten niet gemaakt in de bestuurskamers van financiële instellingen, maar in Den Haag. Daar staat het zelfonderzoek echter nog in de kinderschoenen.

Download column