HOME / COLUMNS / Minister Koolmees kan concept…

COLUMNS / 15 juni 2018

Minister Koolmees kan concept pensioenakkoord beter accepteren

Officieel is er nog geen pensioenakkoord tussen sociale partners, want Wouter Koolmees heeft het nog niet ontvangen. Maar achter de schermen wordt er ongetwijfeld druk overlegd tussen de minister en sociale partners, op basis van het officieuze akkoord. Voor het kabinet bevat dat akkoord een pijnpunt. Het kabinet wilde een stelsel met persoonlijk pensioenpotjes en eventueel een buffer om risico’s tussen generaties te delen. Die buffer mocht echter niet negatief worden. Sociale partners schuiven die potjes nu aan de kant. Zo omzeilen ze een discussie over de buffer. Voor Koolmees ligt nu de vraag op tafel: omhelst hij dit akkoord of houdt hij vast aan het regeerakkoord?

Vier weken terug sprak ik op een hoorzitting bij de Tweede Kamer over het pensioenstelsel. Het was een enerverende ervaring. De emoties liepen hoop op. De publieke tribune moest zelfs worden ontruimd. De bijdragen van de sprekers waren interessant. Vanuit de pensioensector werd geconstateerd dat zonder de discussie van de afgelopen jaren het pensioenstelsel nu diep in de problemen had gezeten. Er is dus veel winst geboekt. De vraag is of de introductie van persoonlijke pensioenpotjes Nederland daarboven nog veel voordelen brengt. Vaak wordt er gewezen op de voordelen van meer keuzevrijheid voor de deelnemers. De regelingen die pensioenfondsen daarvoor hebben geïntroduceerd zijn echter nauwelijks gebruikt. Hechten deelnemers werkelijk zoveel belang aan keuzevrijheid?

De cruciale vraag is of het delen van beleggingsrisico’s tussen generaties via een buffer meerwaarde heeft. De economische theorie heeft daarvoor de notie van de sluier van onwetendheid. Er is een afweging tussen rendement en risico. Achter de sluier van onwetendheid over het toekomstige beleggingsrendement hebben toekomstige deelnemers er belang bij risico’s te delen met huidige generaties. Huidige generaties betalen toekomstige generaties daarvoor een verzekeringspremie via een storting in de buffer. In ruil daarvoor betalen toekomstige generaties een schade-uitkering aan huidige generaties via een onttrekking uit de buffer indien, nadat de sluier van onwetendheid over het rendement is weggenomen, blijkt dat de beleggingsresultaten zijn tegenvallen. Dan wordt de buffer tijdelijk negatief. Een dergelijk systeem kan echter alleen werken in een stelsel met een verplicht pensioen en grote pensioenfondsen, omdat toekomstige generaties weliswaar vooraf belang hebben bij risicodeling, maar daar achteraf, nadat de sluier van onwetendheid is weggenomen en de rendementen onverhoopt zijn tegengevallen, liever onderuit willen. Een dergelijk systeem leidt tot een betere afweging tussen rendement en risico. Daardoor strekt het alle deelnemers tot voordeel.

Impliciet bestond in het Nederlandse pensioenstelsel altijd al een dergelijk systeem van risicodeling. Bij tegenvallers werden er inhaalpremies geheven: nieuwe generaties deelnemers deelden daarmee in de risico uit het verleden. Daarom is het zo opmerkelijk dat veel deskundigen hier de afgelopen jaren tegen te hoop hebben gelopen. Wat legitimeert hun hervormingsijver? Tekenend was de schriftelijke bijdrage aan de Tweede Kamer hoorzitting van Theo Kocken,  hoogleraar aan de VU en eigenaar van Cardano, een bedrijf dat handelt in opties voor pensioenfondsen. Hij noemde het bestaan van pech en gelukgeneraties een sprookje. Uit zijn bijdrage bleek echter dat hij dacht dat de risicodeling alleen voordelen bracht als aandelenkoersen terugkeren naar het gemiddelde. Dat is onjuist is. Talloos zijn ook de columns waarin gepleit is voor “modernisering” van het pensioenstelsel. Modernisering, daar kan toch niemand tegen zijn? Maar dat woord op zich is geen argument. Als oud-directeur, laat ik me liever niet over het CPB uit. Bij wijze van uitzondering stel ik met lichte trots vast dat het CPB als enige een evenwichtige evaluatie van de voor- en nadelen van risicodeling heeft gegeven.

Wat kan Wouter Koolmees in deze omstandigheden het beste doen? Het akkoord van sociale partners is vast niet helemaal optimaal. Misschien is een stelsel met persoonlijke potjes beter dan het voorgestelde akkoord. Veel deskundigen hebben zich echter ingegraven in moeilijk verdedigbare posities. De stelling dat de buffer niet negatief is, is daar een voorbeeld van. Dat blokkeert momenteel de inhoudelijke discussie. Er is een groot maatschappelijk belang bij een werkbaar akkoord met draagvlak. De oplossing ligt voor de hand.

Download column