HOME / COLUMNS NRC / Huidige winstmarges zijn…

COLUMNS NRC / 8 november 2017

Huidige winstmarges zijn onaanvaardbaar

Soms verandert één wetenschappelijk artikel je wereldbeeld. Dat overkwam mij laatst bij een paper van Jan Eeckhout. Eeckhout c.s. hebben de winstmarge van Amerikaanse bedrijven onderzocht. Van 1960 tot 1980 is die ongeveer constant, 20% boven de marginale productiekosten. Vanaf 1980 neemt de winstmarge echter snel toe, van 20% naar 70% nu, een ruime verdrievoudiging! Wat verklaart deze explosie? De opkomst van informatietechnologie lijkt een vanzelfsprekende oorzaak. Google heeft wel hoge vaste kosten voor zijn nieuwe zoekmachines. Een extra zoekopdracht kost Google echter nauwelijks iets, maar levert wel meer winst op. Dat blijkt te kloppen: de supermarktketen Walmart is sinds 1980 sterk gegroeid, maar moet genoegen nemen met een winstmarge van minder dan 20%. Google heeft daarentegen een winstmarge van bijna 300%! Toch is de stijging niet louter te wijten aan de internet giganten als Amazon en Facebook. In bijna alle bedrijfstakken stijgt de winstmarge fors. Groot of klein doet niet ter zake. Echter, binnen een bedrijfstak zijn de verschillen groot. Het zijn steeds een paar zondagsvlinders die er met de buit vandoor gaan. Terwijl het gemiddelde bedrijf het over de hele periode sinds 1960 moet doen met een marge van 20%, is de winstmarge van de 10% meest succesvolle bedrijven gestegen van 50% naar 250%. Inderdaad: the winner takes all! Dat er iets gaande was verbaast niemand. Maar deze omvang? Een andere schijnbaar vanzelfsprekende verklaring voor de hogere winstmarges is globalisering. Die redenering is echter niet zo eenvoudig rond te krijgen. Neem Europa. Vroeger waren de Duitse en Franse thuismarkt zorgvuldig afgeschermd voor respectievelijk Volkswagen en Peugeot. De verdieping van de EU –globalisering op Europese schaal- heeft concurrentie tussen Volkswagen en Peugeot mogelijk gemaakt. Dat zou moeten leiden tot lagere, niet tot hogere winstmarges. En dan kun je kijken naar het jaartal van de trendbreuk: 1980. Dat was niet alleen het jaar van de eerste PC’s, maar ook dat van Reagan en Thatcher. Zou hun veelbesproken neoliberale agenda de oorzaak zijn? Maar waarom hebben dan alleen die paar zondagsvlinders geprofiteerd?

Het paper is net uit, maar stel dat het de wetenschappelijke kwaliteitstoets doorstaat? Dan moeten beleidsmakers terug naar de tekentafel. Ik noem een paar consequenties. De gestegen winstmarges leiden tot hogere winsten. Dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Neem het voorbeeld van Google of een farma-concern: hoge winstmarges, maar daar staan hoge kosten van R&D tegenover. Zijn de hoge winstmarges misschien het spiegelbeeld van de hoge kosten van R&D? Dat past bij een kenniseconomie. Eeckhout c.s. tonen echter aan dat hoge winstmarges samengaan met hoge aandelenkoersen. U leest een bezorgde analyse over bubbels op de aandelenmarkt? Houdt dan in het oog waarom de Dow sinds 1980 zo scherp is gestegen. En dan die vervloekte lage rente. Draghi de schuld geven is onzin, het fenomeen is wereldwijd. Het is een puzzel: waarom is het winstaandeel recent zo gestegen, terwijl de kosten van kapitaal (= de rente) laag zijn? Winsten zijn toch een beloning voor kapitaal? Maar winsten zijn voor een groot deel niet langer een beloning voor geïnvesteerd kapitaal. Het zijn overwinsten, gebaseerd op opgebouwde monopoliemacht. Hogere aandelenkoersen leiden daardoor niet zomaar tot meer investeringen, zoals vroeger wel het geval was. De wereld heeft mede door de vergrijzing een groot spaaroverschot. Met de huidige markstructuur kan dat dus niet zomaar worden geabsorbeerd door meer private investeringen. Dus komt de overheid in beeld, zeer tegen de wens van Neder(Duits)land. En tot slot: iemand zal de macht van die veelal Amerikaanse zondagsvlinders moeten intomen. Nederland is daar groot genoeg voor? Of kan alleen Brussel dat aan?

Download column