HOME / COLUMNS NRC / Hoe legt May dat uit: minder…

COLUMNS NRC / 15 maart 2017

Hoe legt May dat uit: minder koopkracht

Rampspoed zou over de wereldeconomie worden uitgestort als het protectionisme zegevierde. Afgaande op de ontwikkeling op de beurzen na Trump en Brexit lijkt het tegendeel waar. London en New York liepen daarbij voorop. Hadden de zwartkijkers ongelijk? Is een vleugje populistisch protectionisme misschien toch goed voor de economie?

Laten we beginnen bij Donald Trump. Heel de wereld tastte na zijn verkiezing in het duister over zijn plannen. Zo niet de beurs. In New York schoten de koersen de dag na de verkiezingen omhoog. Daar boven zijn de koersen gebleven. Dat is extra opmerkelijk, omdat iedereen rekent op een geleidelijke renteverhoging door Fed. Hogere rendementen op obligaties maken aandelen een minder aantrekkelijke belegging, dus je zou juist lagere koersen verwachten. Als je echter wat gedetailleerder naar de cijfers kijkt zijn de koersontwikkelingen niet zo vreemd. Vooral de koersen van de middelgrote bedrijven die voor de binnenlandse markt produceren zijn gestegen. De index voor technologie en IT bedrijven blijft achter. Technologie bedrijven zijn afhankelijk van de vrije toegang van Amerika tot de wereldmarkt. De vergelijking met Duitsland in de jaren dertig is wat wrang vanwege dramatisch afloop. Toch lijkt het economische succes van Trump op dat van Hitler. Een dot Keynesiaanse stimulering kon de Amerikaanse economie wel gebruiken. De Amerikaanse infrastructuur was dringend aan een likje verf toe. Daarvan profiteren vooral de kleinere op de binnenlandse markt gerichte bedrijven. Vandaar de stijging van hun koersen. De extra overheidsbestedingen absorberen het spaaroverschot. Daardoor gaat de rente omhoog.

Het wrange van het Amerikaanse protectionisme is dat Amerika daar zelf maar beperkt last van heeft. Amerika heeft voldoende schaal om het meeste zelf te kunnen produceren. Voor allerlei low-tech producten zijn de kostenvoordelen van productie in Azië of Mexico zo groot, dat ook Trump het zich niet kan veroorloven om de import van die producten te stoppen. Daarmee zou hij de Amerikaanse consument op kosten jagen; die moet straks weer op hem stemmen. Alleen de high-tech sectoren verliezen: zij willen hun superieure technologie graag over de wereld uitrollen. Dat gaat niet zo makkelijk met een binnenlands “America first” beleid. Het buitenland zou wel eens kunnen reageren met “America last”. En hier zit voor Amerika het probleem. Op termijn heeft ze meer te winnen bij het uitbaten van haar concurrentie in deze industrieën.

De reactie van de Engelse beurs na Brexit is eender, maar toch verschillend. Ook in Engeland doen de koersen van bedrijven die gericht zijn op de binnenlandse markt het beter. In discussies met goed geïnformeerde Engelsen kom ik ontroerende redeneringen tegen: “we willen af van de Europese regels, zodat we weer vrijhandelsverdragen kunnen afsluiten met onze oude Commonwealth partners, zoals Nieuw-Zeeland; dat geeft zoveel nieuwe kansen.” Nieuw-Zeeland heeft 4 miljoen inwoners, het ligt 20.000 km ver weg, de Britse handel met dat land is een kwart van die met Tsjechië. Dat gaat de handel met de EU vervangen? De Britse economie zal gewild of ongewild protectionistischer worden, net zoals de Britse toetreding tot de EU in 1974. Engeland is misschien net groot genoeg om veel producten zelf te maken, maar meer dan in Amerika zal dat leiden tot minder concurrentie op de binnenlandse markt. Dat is goed nieuws voor het Engelse bedrijfsleven, vandaar de hogere beurskoersen, maar slecht nieuws voor de gewone Brit. Die zal straks de rekening moeten betalen. Als voorbode hiervan is de pond 15-20% gedaald. Op termijn zal de koopkracht van de Britten daardoor 5-10% afnemen door de duurdere import. Zie hier de vruchten van het populisme. Nu nog zien hoe Theresa May en Boris Johnson dat hun kiezers gaan uitleggen.

Download column