HOME / COLUMNS NRC / Het vreselijke gelijk van…

COLUMNS NRC / 27 mei 2015

Het vreselijke gelijk van Olivier Blanchard

Top-econoom Olivier Blanchard is spreker op de eerste Van Lanschot-lezing in 2006, zo meldde het persbericht van de Universiteit van Tilburg vol trots. Ze hadden alle reden om trots te zijn. Weliswaar was Blanchard toen nog geen hoofd-econoom van het IMF, maar de MIT–hoogleraar was zonder twijfel één van de belangrijkste macro-economen ter wereld. Tijdens de lezing zat ik naast Hans Borstlap, als lid van de Raad van State verantwoordelijk voor de economische advisering. Blanchard’s lezing ging eerst over de noodzaak voor Europa om zijn markten flexibeler te maken. Twintig jaar eerder had hij daar een geruchtmakend artikel over geschreven. “Advocating this message in the Netherlands is like bringing coal to Newcastle,” zo vervolgde hij. Want Nederland had op dat terrein al veel bereikt, zoals de in ons land toen nog lage werkloosheid liet zien. Vervolgens sprak hij over de toekomst van de eurozone. Ook daarover een veel geciteerd artikel geschreven. Aan de hand van de ervaringen van de 50 staten binnen de VS had hij laten zien dat een monetaire unie eigenlijk alleen kan functioneren met een gemeenschappelijk begrotingsbeleid. Dit ontbrak in Europa, en dat zou vroeg of laat tot grote problemen leiden.
Na afloop wisselde Hans Borstlap en ik onze reflecties op de lezing uit. “Hij was wel erg somber over de euro, Coen, vond je niet?” Ik mompelde terug dat dat misschien zo was, maar dat het hier wel om een grote geest ging. Of woorden van soortgelijke strekking. Geen van ons beiden kon bevroeden dat Blanchard binnen vijf jaar vreselijk gelijk zou krijgen. Blanchard en ik hebben sindsdien contact gehouden. We mailden en spraken elkaar met enige regelmaat, vooral over het economische beleid in Nederland en Europa. Zo belandde in december 2008, slechts een paar maanden na de val van Lehman, een mailtje in mijn inbox: “What you describe (het Nederlandse beleid) is insane. If there was ever a time to let automatic stabilizers play a role, it is today. You seem to have no sense of the collapse in demand everywhere in the world. The lack of a fiscal impulse for 2009 is crazy.” Voor diplomatiek taalgebruik was in die donkere decembermaand geen tijd. Ik zal vast niet de enige zijn geweest die toen een dergelijk mailtje van Blanchard heeft ontvangen. Het grote probleem van Keynesiaans beleid is dat het bijna altijd te laat komt. De economie wordt gestimuleerd als de economie al weer op stoom is. Het middel is dan erger dan de kwaal. Zo niet in 2009. Dankzij een snelle forse vraagstimulans, vooral in de VS en Engeland, bleef de wereld een nog ergere ramp bespaard. Blanchard en ‘zijn’ IMF hebben daarin een grote rol gespeeld.
Later, in 2010, werd het IMF bezorgd over de gevolgen van dat beleid voor de overheidsfinanciën. Het IMF pleitte daarom voor gematigde bezuinigingen (minder sterk dan in Nederland feitelijk werden doorgevoerd, Nederland bezuinigde meer dan het IMF verantwoord vond). Zelfs die gematigde bezuinigingen pakte verkeerd uit. De wereldeconomie was nog te zwak om dat te kunnen dragen. Het siert Blanchard en het IMF dat zij zelf de eerste waren om het effect van hun beleid zorgvuldig te evalueren en daaruit de onvermijdelijke conclusie te trekken. Na een forse financiële crisis zijn de gevolgen van bezuinigingen voor de groei veel ernstiger dan waar het IMF (en met het fonds tal van andere organisaties) rekening mee had gehouden. Aan Nederland was die evaluatie niet besteed.
Afgelopen week is Oliver Blanchard als hoofdeconoom van het IMF met pensioen gegaan. De wereld heeft veel aan hem te danken.
Download column