HOME / COLUMNS NRC / Het vingertje van Frits…

COLUMNS NRC / 22 november 2017

Het vingertje van Frits Bolkestein

Het zou een mooie multiple choice vraag zijn voor het eindexamen economie. Wat is het grootste probleem van de eurozone: (A) te weinig R&D investeringen, (B) tekortschietend hoger onderwijs, (C) te hoge financieringstekorten, of (D) te hoge financieringstekorten bij de Zuidelijke lidstaten? Onlangs testte ik deze examenvraag bij een spreekbeurt. Een kwart koos alternatief (C). Dat is opmerkelijk, want dit zijn de cijfers voor de overheidstekorten in 2017 voor de vijf grote monetaire blokken: Japan: 4,5%, China: 4,3%, de VS: 3,5%, het VK: 3,3% en met stip onderaan de eurozone met 1,3%. Jawel, denkt u, maar het goede antwoord is niet (C), maar (D): te hoge tekorten van de Zuidelijke lidstaten. Een kwart van mijn gehoor koos dit antwoord. Opnieuw een paar cijfers: Duitsland heeft een overschot, Italië een tekort van 2,3%, Frankrijk: 2,9%, Spanje: 3,3%, allemaal lager dan het VK, onze voormalige trouwe bondgenoot in de EU. Onze perceptie van de problemen van de eurozone heeft dus geen relatie met de realiteit. Dat knelt temeer omdat volgens IMF en OESO na de Grote Recessie er in veel landen te veel bezuinigd is.

Hoe komen wij aan deze misperceptie? Dat is vooral het gevolg van onderling wantrouwen tussen lidstaten. Door de monetaire unie vonden de spaaroverschotten van het ene land makkelijker hun weg naar de tekorten elders. Dat strekte individuele spaarders tot voordeel (een hogere rente), maar voedde collectief het wantrouwen: gaan de tekortlanden ooit terugbetalen? Tijdens de Euro-crisis kwam dit wantrouwen tot uitbarsting. Ons land en Duitsland liepen daarbij voorop.

In de jaren negentig protesteerde Frits Bolkestein over het opgeheven vingertje van Nederland als het ging om mensenrechten. Nederland moest niet het geweten van de wereld willen zijn, aldus Bolkestein. Ons buitenlands beleid moest het Nederlandse belang dienen. Ik heb wel enige sympathie voor die visie. Sinds 2010 heeft Nederland opnieuw het vingertje geheven, nu over de tekorten van andere lidstaten. Was dit in het Nederlandse belang? Neem Brexit als referentiepunt. Het zich ontrollende Britse drama laat zien hoe belangrijk Europese samenwerking is voor onze welvaart. Het Engelse wantrouwen van de EU is met jarenlange desinformatie over Brussel gevoed. Wie jarenlang te horen krijgt dat alle kwaad uit Brussel komt, kiest vroeg of laat voor exit. Het voeden van het wantrouwen tegen andere lidstaten heeft dus bij tegenwind een hoge prijs, zelfs een zeer hoge prijs.

Is dat wantrouwen op realiteit gestoeld? Laten we de grote Zuidelijke staten langslopen. Italië is inderdaad aanleiding tot zorg. Het land is sinds de start van de euro in 2000 niet gegroeid. Spanje is, net als Ierland, juist veel harder gegroeid dan het Europese gemiddelde. Beide landen zijn hard geraakt door de huizencrisis, maar zijn daar inmiddels weer overheen. Kortom: goed nieuws. En dan Frankrijk. Dat land is sinds 2000 ongeveer evenveel gegroeid als ons land en Duitsland, net een beetje meer zelfs. Ja, de werkloosheid is hoog en de Parijse banlieues zijn er slecht aan toe. Maar ondertussen rijdt in Frankrijk de HSL wel op hoge snelheid. Het overheidstekort dan? Zoals gezegd, dan moeten we ons eerder zorgen maken over onze bondgenoot, het VK. Nederland heeft in Europa behoefte aan nieuwe bondgenoten. Dat begint bij een meer realistische beoordeling van Frankrijk en Spanje. Weg dus, dat opgestoken vingertje.

Halbe Zijlstra kent de wijze woorden van Frits Bolkestein ongetwijfeld goed. Afgaande op zijn recente speech als minister van Buitenlandse Zaken is hij bezig met een heroriëntatie op onze positie in Europa. Dat is verstandig. Zoals wel vaker neemt het Ministerie van Financiën als laatste de bocht. Maar ook hier geldt: beter laat dan nooit.

Download column