HOME / COLUMNS NRC / Het stabiliteitspact is een…

COLUMNS NRC / 8 juni 2016

Het stabiliteitspact is een gedrocht

“Het is een schuldencrisis. Dus moet de overheidsschuld omlaag, niet omhoog.” Het klinkt vanzelfsprekend. En toch is het onjuist. Meer dan een eeuw terug bedacht de Engelse econoom Alfred Marshall de analogie van de schaar voor de werking van vraag en aanbod. Het heeft geen zin om je af te vragen welke helft van de schaar het papier doorknipt. Alleen het samenspel van beide helften leidt tot resultaat. Met vraag en aanbod is het precies eender. De prijs en de verhandelde hoeveelheid worden bepaald door het snijpunt van vraag of aanbod, niet door een van beide afzonderlijk. Voor staatsschuld geldt precies hetzelfde. De Japanse staatsschuld is erg hoog. We kijken dan altijd naar de vraagzijde, naar de overheid, die zijn huishoudboekje niet op orde heeft. Maar je kan beter naar de aanbodzijde kijken: waarom willen zoveel private partijen graag veilige beleggingen (lees: staatsobligaties) bezitten? Als je de aanbodzijde begrijpt, dan begrijp je ook de vraag. Japan is een vergrijzende samenleving waar hele volksstammen voor hun oude dag zijn aangewezen op hun spaarpot met overheidsobligaties. Met zoveel vraag naar obligaties moet er ook aanbod zijn. Precies hetzelfde geldt voor de Nederlandse pensioenfondsen. De Nederlandsche Bank eist dat die fondsen nog grotere buffers aanhouden. Een buffer is het equivalent van een vordering. Tegenover de vordering van de één staat automatisch een precies even grote schuld van een ander. Dat is onontkoombaar, het is gewoon boekhouden. Nederland heeft binnen de Euro-zone als ontsnappingroute nog het buitenland: wij bouwen een enorme vordering op het buitenland. Niet aan denken dat al die buitenlanden geen staatsschuld meer hadden. Op wie kunnen onze pensioenfondsen dan nog een vordering opbouwen?
Daarom is het Stabiliteitspact een gedrocht. Afgelopen week schreef Johan Witteveen, oud Minister van Financien en oud dicteur van het IMF (de functie die nu Christine Lagarde nu vervult) daarover een uitstekend artikel in het Financiele Dagblad. Economie is een moeilijk vaak met vraag en aanbod, maar zijn redenering kunt u eenvoudig zelf narekenen (mijn cijfers zijn iets anders dan die van Witteveen, de redenering is gelijk). Het Stabiliteitspact stelt voor de financieringstekort 3% als bovengrens. Structureel (d.w.z.: gemiddeld) moeten landen volgens het pact een tekort van 1% hebben. Door de vergrijzing wil iedereen buffers opbouwen. Daar moet dus staatsschuld tegenover staan; 60% van het bbp was vroeger normaal, met de vergrijzing moet dat eerder 80% zijn. Nu het monetaire beleid tegen zijn grenzen is aangelopen is iets meer staatsschuld de enige oplossing voor lage rentes, deflatie en werkloosheid. De economie groeit jaarlijks nominaal met 4% (2% reele groei, 2% inflatie). Wil de staatschuld een vast percentage van het bbp blijven, dan moet die dus ook met 4% groeien. Dat wil zeggen: de staatsschuld moet jaarlijks groeien met 4% x 80% = 3,2% van het bbp. Het financieringstekort moet dus gemiddeld ongeveer 3% moeten zijn. Die 3% is dus geen maximum, het is een gemiddelde. Het gemiddelde tekort van 1% dat het Stabiliteitspact voorschrijft leidt tot een staatschuld van slechts 25% (want 4% x 25% = 1%).
Onlangs zei Jeroen Dijsselbloem naar aanleiding van uitspraken van commissievoorzitter Jean Claude Juncker dat hij de Tweede Kamer zo niet meer kon uitleggen waarom Nederland het Stabiliteiliteits pact serieus zou moeten nemen. Dat is een grote politieke overwinning voor Juncker, want iedereen zou erbij gebaat zijn als het Stabiliteitspact werd losgelaten. De 3%-norm als bovengrens voor het tekort is waanzin, 3% tekort zou het gemiddelde moeten zijn, een gemiddeld structureel tekort van 1% leidt in Europa tot te een veel te lage staatsschuld. Gelukkig heeft Juncker Dijselbloem daarvan nu overtuigd. Of heb ik hem verkeerd begrepen?

Download column

2 REACTIES

  1. Helmut W. Saatkamp - juni 9, 2016 om 11:03 am

    Geachte Heer Teulings,

    In Uw column van 08.06.16 noemt U het Stabiliteitspact … een gedrocht … [waardoor] …iedereen erbij gebaat is dat dit wordt losgelaten. Het is goed mogelijk, dat U zuiver rationeel-wetenschappelijk gelijk hebt. Uw (mogelijke) gelijk verondersteld dan echter wel, dat een ieder die zich met het Europese financieel-monetaire beleid bemoeid, ook een minimum niveau aan wetenschappelijke rationaliteit bezit. Met andere woorden: dat het politieke risico tot nul is gereduceerd. Dan gaat het met name om risico’s die betrekking hebben op uitgaven en begrotingstekorten van Euro-landen, die mijns inziens aan het loslaten van het stabiliteitspact verbonden zijn.
    De historie van de Euro heeft ons geleerd, dat discipline op bovengenoemde terreinen, en in het algemeen: het zich houden aan afspraken, vaak teveel gevraagd is, met name van politici afkomstig van wat zuidelijkere breedtegraden als de onze.
    Het belangrijkste politieke risico wat boven het ganse Europese financieel-monetaire beleid hangt, en wat een afgeleide is van dit niet nakomen van afspraken, is naar mijn mening: dat de Euro niet meer door Duitse politici aan een substantieel deel van de Duitse bevolking verkocht kan worden. Als er in Duitsland op behoorlijke schaal een afkeer van de Euro gaat ontstaan, en deze afkeer zich vertaald in federaal beleid, dan is de kans op grote ontwrichting van de Euro, en alles wat hiermee samenhangt, veel groter dan welk financieringstekort in welk Zuid-Europees land dan ook. In deze zin is de (mijns inziens terechte) uitspraak van Schäuble (Draghi is voor 50% verantwoordelijk voor de opkomst van AfD) in meerdere opzichten veelzeggend!
    Kortom: naar mijn mening zou bovengenoemd politiek risico (zowel voor wat betreft Duitsland, als meer in zijn algemeenheid) bij Uw beschouwingen expliciet meegenomen dienen te worden. Misschien zou dit aanleiding kunnen zijn tot enige nuancering van Uw conclusie’s.
    Het kan zijn, dat ik er helemaal naast zit. Dan heb ik een vraag: zou U mij Uw argumenten voor het negeren van dergelijke politieke risico’s willen meedelen (dan heb ik weer wat bijgeleerd, waarvoor bij voorbaat dank). In het geval dat U het (gedeeltelijk) met mij eens bent, heb ik ook een vraag: zou U aan dit politieke risico-aspect in het vervolg eens wat aandacht willen besteden?

    Vriendelijk dank voor Uw aandacht en groeten,

    Helmut W. Saatkamp.

    Beantwoorden
    • Coen Teulings - juni 13, 2016 om 7:49 am

      Geachte heer Saatkamp,

      Dank voor uw reactie. Ik deel uw mening dat het nuttig kan zijn om in Euro-zone normen te hebben voor het begrotingstekort. Ik ben niet overtuigd van uw stelling dat vooral in het Zuiden van Europa afspraken niet na worden gekomen. Ik zie allerlei landen die zich als dat hen uitkomt zich niet aan de afspraken houden. De Euro is gestart als een project met een onafhankelijke ECB en een inflatiedoel van 2% of iets daaronder. Op dit moment wordt in Duitsland en Nederland vanuit de politiek interventie in het beleid van de ECB bepleit en die interventie is erop gericht het afgesproken inflatiedoel van 2% los te laten. Duitsland en Nederland schenden hiermee de afspraken dus op twee punten.Politieke risico’s moeten dus zeker in de afweging betrokken worden, maar die risico’s liggen genuanceerder dan veelal wordt verondersteld.
      Dank voor uw suggestie om hier in de toekomst een keer een column aan te besteden. Ik houd het in gedachte (de lijst met mogelijke onderwerpen is lang).

      Coen Teulings

      Beantwoorden