HOME / COLUMNS NRC / En Nederland doet er weer…

COLUMNS NRC / 19 februari 2014

En Nederland doet er weer het zwijgen toe

Afgelopen week heeft het Duitse Constitutionele Hof in Karlsruhe uitspraak gedaan in een zaak aangespannen door een aantal Duitse hoogleraren economie over de grondwettelijke basis van het OMT (Outright Monetary Transactions) beleid van de ECB. Dat heeft in Nederland niet tot veel ophef geleid. Misschien heb ik iets gemist, maar volgens mij heeft geen enkele politicus zich erover uitgelaten. Zo anders is dat in de Financial Times. Daar is de uitspraak van Karlsruhe uitgebreid bediscussieerd. Twee leidende columnisten, Wolfgang Münchau en Gideon Rachman, waren het roerend met elkaar oneens. Volgens Münchau was de uitspraak slecht nieuws voor de Euro, volgens Rachman was de Euro juist gered.

Het OMT beleid is het directe gevolg van Draghi’s historische speech in London op 26 juni 2013: ‘The ECB is ready to do whatever it takes to preserve the Euro. And believe me, it will be enough.’ Indien nodig en onder strikte voorwaarden is de ECB bereid overheidsobligaties van lidstaten met financiële problemen op te kopen. Dit is zonder twijfel één van de beste voorbeelden van succesvol management by speech. De ECB heeft in het kader van dit OMT beleid nog geen obligatie opgekocht en toch zijn de financiële markten sindsdien tot rust gekomen. De rentespreads voor Italië, Spanje, Portugal, Ierland en zelfs Griekenland zijn sindsdien aan een gestage afdaling begonnen, van ijzingwekkende hoogtes naar een leefbare hoogvlakte. En om misverstanden te vermijden: zonder de expliciete instemming van Merkel, was Draghi’s speech ineffectief geweest.

Het juridische en politieke probleem van het OMT beleid is dat het de grenzen tussen het monetaire en het begrotingsbeleid verder vervaagt. Door staatsobligaties van landen op te kopen beïnvloedt de ECB feitelijk de financiële ruimte van individuele lidstaten. Dit is nu net waarvoor het Verdrag van Maastricht 20 jaar geleden ontworpen is: om dat te voorkomen. De naamgeving van dit beleid, Outright Monetary Transactions, is als het ware een schreeuw om de essentie ervan te ontkennen. Hoezo: Outright Monetary? It is Fiscal stupid.

Valt de ECB daarmee wat te verwijten? Dat lijkt me niet. Zonder Draghi’s speech was de recente, luid toegejuichte Europese bescheiden economische opleving ondenkbaar geweest. Zoals economen al tijdens het ontwerp van het Verdrag van Maastricht hadden aangegeven: een monetaire unie zonder een begrotingsunie is onwerkbaar. Europa heeft ervoor gekozen om de democratische legitimatie van het Europese begrotingsbeleid oningevuld te laten. Dan wordt dat beleid noodgedwongen gevoerd zonder democratische legitimatie. De ECB is in het gat gesprongen, en dat is maar goed ook.

Het gebrek aan democratische legitimatie is precies de voornaamste klacht waarmee de Duitse hoogleraren naar Karlsruhe zijn gestapt. Het orakel heeft gesproken, zoals een goed orakel betaamt in raadselen. Vrij vertaald: alleen het Europese Hof is gerechtigd om uitspraken te doen over de legitimiteit van het ECB beleid, maar Karlsruhe wil wel vast gezegd hebben dat het beleid onwettig is.

Dit is precies het meningsverschil tussen Münchau en Rachman in de Financial Times. Münchau schetst terecht de onwerkbaarheid van de uitspraak van Karlsruhe: je kunt geen monetaire unie hebben zonder een begrotingsunie, en dus leidt de uitspraak onvermijdelijk vroeg of laat tot grote problemen voor de Euro. Maar Rachman constateert even terecht dat de financiële markten geen moment onder de indruk zijn geraakt van het machtsvertoon in Karlsruhe. Blijkbaar denken die markten (voor zover een markt zelfstandig kan denken,  maar u begrijpt de beeldspraak) dat Merkel met haar steun voor het OMT beleid uiteindelijk aan het langste eind trekt.

En de Nederlandse politiek? Die gaat op de vertrouwde voet verder. Net als bij het referendum over de Europese grondwet is het devies visionair: Europa, best belangrijk. In het titanengevecht over de democratische legitimatie van het Europees begrotingsbeleid doet men er liefst het zwijgen toe. Als democratische politici erover zwijgen, is het met de democratische legitimatie inderdaad niet best gesteld.