HOME / COLUMNS NRC / Een universiteit volgens…

COLUMNS NRC / 23 juli 2014

Een universiteit volgens Harry Potter

Wie dacht dat Perron 9 ¾ een verzinsel is vergist zich. Wie naar Zweinstein wil kan op King’s Cross Station in Londen gewoon een kaartje kopen. Dat kaartje geeft weliswaar geen recht op een treinreis naar het kasteel van Harry Potter, maar slechts naar een foto. Daarop valt te zien hoe je tevergeefs probeert met een bagagekarretje door de stationsmuur te lopen. Je hebt het toch maar geprobeerd, zo bewijst de foto. Voor dergelijk bewijs is een grote markt, zo laat de lange rij mensen zien die er altijd staat als ik er langs loop. En dat doe ik regelmatig, want van daaruit vertrekken ook de treinen naar Cambridge, waar ik nu een half jaar hoogleraar ben. De Universiteit van Cambridge is in alles een exacte replica van J.K. Rowling‘s fantasie wereld. De universiteit is gehuisvest in kasteelachtige gebouwen. Net als bij Zweinstein is het een instituut waarvan je met trots vermeld dat je er deel van uitmaakt. Maar meer nog dan de universiteit bepaalt je college je identiteit. Het kost geen moeite om het evenbeeld van deze colleges uit de wondere wereld van Harry Potter te ontdekken: Zwadderich, Griffioendor, Huffelpuf of Ravenklauw. Trinity College zijn de arrogante hoogvliegers, het college met de meeste Nobelprijswinnaars. King’s College, het college van Keynes, zijn de linkse debaters. Altijd ruzie in de tent. St. John’s is het huis van de elite. Clare is wat gemoedelijker. Ieder college heeft een eigen gebouw, een ommuurde veste, slechts toegankelijk via de Porter’s Lodge. Ik ben sinds kort fellow van een college, Gonville & Caius. Als fellow mag ik nu over het gazon van de ommuurde tuin lopen. Ik mag bovendien dineren aan de high table. Ik zit dan op het podium van een grote, eeuwenoude hal samen met de andere fellows. De studenten zitten in de zaal. Aan de muur hangen portretten van de helden van het college: Nobelprijs winnaars en anderszins gelauwerde. Het respect voor wetenschappelijke kwaliteit zit namelijk heel diep. Een gongslag kondigt de komst van de fellows aan, zodat de studenten weten dat ze moeten gaan staan. Een Latijnse toverspreuk van master is voor een ieder het signaal om te gaan zitten. Na het dessert wordt dit ritueel herhaalt. Na afloop drinken de fellows nog een glaasje port in de upper common room, waarbij de junior fellow de taak heeft om te administreren hoeveel iedereen drinkt. De maaltijd is namelijk gratis, de drank niet. Als beginneling zijn veel van deze eeuwenoude regels nieuw voor mij. Dat is niet erg, want zij worden mij door de andere fellows vriendelijk maar beslist bijgebracht.
Een universiteit die op basis van de fantasiewereld van J.K. Rowling is georganiseerd, is vanzelfsprekend geen toonbeeld van efficiëntie. Rowling’s wondere wereld is een goede enscenering voor spannende boeken, voor de doelmatige inrichting van een echte universiteit is zij ongeschikt. Toen ik ver weg van huis een keer sprak met Martin Rees, eminent natuurkundige en voormalig Master van Trinity College, maakte ik hierover voorzichtig een opmerking. Ik vond geen gehoor. Die ondoelmatigheid is juist goed. Het houdt een universitaire cultuur levend die door de eeuwen heen veel nieuwe inzichten heeft gebracht. Een investbanker die ik sprak aan de high table van Gonville & Caius (die komen graag langs op deze universiteit) vroeg mij om een bedrijf te noemen dat nu al meer dan een eeuw een omzet van meer dan een miljard had. Ik kon er met moeite een paar noemen. Wel, zo riposteerde hij, deze universiteit heeft dat nu al vier eeuwen lang. Archaïsche tradities helpen blijkbaar een cultuur te conserveren waarin excellentie goed gedijt. Ik verkeer regelmatig in totale verwarring.