HOME / COLUMNS NRC / De plicht om voor rede…

COLUMNS NRC / 13 april 2016

De plicht om voor rede vatbaar te zijn

Welaan, de uitslag is binnen. Ik was niet verrast, vermoedelijk net als u. Maar nu het officieel is, ontkom ik niet meer aan de vraag wat ik ervan vind. Is het erg? Volgt Nederland de Britten, een toekomst in splendid isolation? Of is er misschien reden voor een meer opgeruimd gemoed?
Eerst het referendum op zichzelf. Ik ben het eens met Jeroen Dijsselbloem: referenda zijn prima, we moeten alleen leren ze te winnen. Er is een referendum geweest, er zullen ongetwijfeld meer volgen. Uiteindelijk is er voor democratische politici maar één weg: overtuig de kiezer. Gemorrel aan de regels verandert daar niets aan.
Belangrijker is het onderwerp: wel of geen verdrag met de Oekraïne. Vrijhandel is een zegen, voor iedereen, een enkele niet onbelangrijke uitzondering daargelaten. Daarover bestaat geen twijfel. Handelsverdragen zijn daarvoor cruciaal. Het Brexit-referendum heeft in Engeland tot potsierlijke redeneringen geleid. Fijn dat we de Noordzee hebben, een mooie verdedigingslinie tegen dat soort onzin. Maar er zijn ook strategische aarzelingen. Is het verstandig van Europa de Oekraïne zo zichtbaar los te willen weken van Rusland? Misschien is het signaal van de kiezer niet eens verkeerd, te meer daar het praktisch effect van de uitslag beperkt zal zijn.
De echte zorg is vanzelfsprekend een volgend referendum, over Nexit. Het interview met de initiatiefnemers van het referendum in deze krant liet daarover geen twijfel bestaan: de Oekraïne kan ons niets schelen, het gaat om de EU. Nexit zou een ramp zijn. Zoals gezegd, die onzin laat ik liever aan de Britten over.
Toch ben ik eigenlijk redelijk optimistisch. We klagen over Henk en Ingrid. Ze zouden boos zijn en niet voor reden vatbaar. Is dat zo? De Volkskrant hield afgelopen zaterdag een kleine inventarisatie van hun mening. Voor wat het waard is: handen af van de verzorgingsstaat? 60% eens; meer of minder vluchtelingen? 42% meer, 26% evenveel (!); legalisatie van softdrugs? 58% voor; terug naar de gulden? 61% tegen. Ach, hier kan ik best mee leven. Henk en Ingrid lijken voor reden vatbaar.
Eerlijk gezegd denk ik dat ons probleem niet ligt bij Henk en Ingrid, maar bij Albert-Jan en Marie-Jose. Ik kom in mijn omgeving veel boosheid tegen, maar niet louter bij Henk en Ingrid. De intelligentia kan er ook wat van. Het recht op boosheid wordt in Nederland met verve verdedigd, zie in deze krant de columns van Bas Heijne. Er zijn soms vast goede redenen voor boosheid. Het recht daarop staat echter op gelijke hoogte met de plicht om voor reden vatbaar te zijn. De simpele tweet: “Dat is mijn mening” schiet tekort.
Afgelopen zaterdag hield Tom Lanoye Nederland de spiegel voor. Mark Rutte en Maxime Verhagen spraken bij de vorming van het kabinet met de PVV als gedoogpartner laatdunkend over het Belgisch cordon sanitair rond het Vlaams Belang. In Nederland gaan we die uitdaging aan! Kijk terug. Is dat nu echt een succes geweest? Afgaande op het publieke debat lijkt me van niet.
Genoeg over het referendum, terug naar mijn column van twee weken terug. Ik schreef over het mooie onderzoek van Jaap Dronkers, dat Islamitische kinderen door de bank genomen beter af zijn op Islamitische scholen. Ik kende Jaap al 30 jaar. Ik had hem mijn column vast gemaild, in blijde verwachting van zijn ongetwijfeld kritische commentaar. Dat is nooit gekomen, hij is op die dag overleden. Een bizarre ervaring. Jaap kwam een aantal jaren wekelijks bij het CPB, als adviseur van de onderwijsgroep. Zijn stijl van onderzoek, relevante vragen, maar laat de data spreken, is een lichtend voorbeeld. Zijn overlijden is een groot verlies.

Download column